Non-concurrentiebeding - Uitleg en aandachtspunten
Wat is het concurrentiebeding?
Het concurrentiebeding is een beding tussen werkgever en werknemer waarbij de werknemer het verbod wordt opgelegd om na afloop van het contract gelijksoortige werkzaamheden te verrichten bij een concurrent of als ondernemer.
Het concurrentiebeding wordt ook wel non-concurrentiebeding of niet-concurrentiebeding genoemd.
Wanneer hebt u een concurrentiebeding nodig?
Een concurrentiebeding wordt vaak opgesteld om te voorkomen dat een werknemer naar een concurrent vertrekt. Stelt u zich voor: u hebt een onderneming die is gespecialiseerd in de farmaceutische industrie. Als een van de werknemers na jarenlange training besluit afscheid te nemen, zou diegene met veel opgedane kennis en informatie naar een directe concurrent kunnen vertrekken. De gedachte achter het concurrentiebeding is dat zo wordt voorkomen dat de werknemer de opgedane kennis, capaciteiten en informatie overbrengt naar een concurrent en daarmee schade toebrengt aan uw onderneming.
Wat regelt u in een concurrentiebeding?
In het concurrentiebeding kunnen zeer specifieke afspraken worden gemaakt, afhankelijk van de sector. Zo kunnen er bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt over welke werkzaamheden de werknemer na ontslag mag verrichten, in welke regio hij niet mag werken, hoelang de afspraken gelden en wat de boete is als de werknemer de afspraken overtreedt.
Aan welke eisen moet een concurrentiebeding voldoen?
Het concurrentiebeding moet voldoen aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek, en dan specifiek aan artikel 7:653 BW. Daaronder vallen de volgende regels:
- Er is een schriftelijke afspraak tussen werkgever en werknemer.
- De werknemer is meerderjarig.
- Er is sprake van een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Hierop bestaat een uitzondering: bij een arbeidscontract voor bepaalde tijd kan een concurrentiebeding worden opgenomen, mits daaruit blijkt dat er zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen bestaan.
Aandachtspunten en tips bij een concurrentiebeding
Bij het opstellen van een concurrentiebeding moet allereerst goed worden gelet op de hierboven beschreven eisen; die van artikel 7:653 BW zijn immers bindend. Verder moet goed worden gelet op de specifieke bepalingen die tussen werkgever en werknemer worden afgesproken. Het is niet toegestaan een onredelijk bezwarende bepaling op te nemen ten opzichte van de wederpartij. Een voorbeeld daarvan is een concurrentiebeding dat 20 jaar duurt; dat kan door de rechter ongeldig worden verklaard omdat het onredelijk bezwarend is. Een veelvoorkomend probleem is verder dat het concurrentiebeding te breed wordt geformuleerd. Denk aan het opnoemen van alle mogelijke concurrenten, waardoor het feitelijk onmogelijk wordt ergens anders te werken. De rechter kijkt altijd naar het criterium van 'zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen' aan de kant van de werkgever. Dat is een open norm, die vaak afhangt van de aard van het geval en door de rechter wordt ingevuld. Daartegenover staat de term 'onredelijk bezwarend'. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval maakt de rechter de afweging waarbij hij een van beide partijen in het gelijk stelt.
OvernameAdvies
Het concurrentiebeding wordt opgesteld om de werkgever te beschermen tegen werknemers die de opgedane kennis inzetten bij een concurrent of via een eigen onderneming. Daarom is het belangrijk om, afhankelijk van de eigen sector, goede en specifieke afspraken met de werknemer te maken. Uit het bovenstaande blijkt duidelijk dat er veel eisen zijn waaraan het concurrentiebeding moet voldoen. Het is belangrijk bij het aangaan van het concurrentiebeding te voldoen aan de bindende regels van het Burgerlijk Wetboek. Daarbij moeten redelijke afspraken worden gemaakt, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Gebeurt dat niet, dan kan de rechter het concurrentiebeding buiten werking stellen wegens onredelijk bezwarende bepalingen ten opzichte van de wederpartij. Uiteindelijk zet de rechter altijd twee normen tegenover elkaar: enerzijds het belang van de werknemer, met de norm 'onredelijk bezwarend', en anderzijds het belang van de werkgever, met de norm 'zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen'. De beste oplossing is een concurrentiebeding dat voor beide partijen redelijk is. Zolang het concurrentiebeding specifiek genoeg is en voldoet aan de eisen van het Burgerlijk Wetboek, worden veel problemen met werknemers en rechtszaken voorkomen. Tegelijkertijd weet de werknemer wat hij kan verwachten en blijft het mogelijk om na het dienstverband in alle redelijkheid nog een baan te vinden. Een win-winsituatie voor beide partijen.