Het non-concurrentiebeding

Door: Chadi Ahmed

HOME/  Kennisbank/  Juridisch/  Het non-concurrentiebeding

Non-concurrentiebeding - Uitleg en aandachtspunten

Wat is het concurrentiebeding?

Het concurrentiebeding is een beding tussen de werkgever en werknemer waarbij de werknemer het verbod wordt opgelegd om na het contract gelijksoortige werkzaamheden uit te voeren bij een concurrent of als ondernemer.

Het concurrentiebeding wordt ook wel non-concurrentiebeding of niet-concurrentiebeding genoemd.

Wanneer heb je een concurrentiebeding nodig?

Een concurrentiebeding wordt vaak opgesteld om te voorkomen dat de werknemer besluit te vertrekken naar een concurrent. Stel je voor: je hebt een onderneming dat is gespecialiseerd in de farmaceutische industrie. Als een van de werknemers na jarenlange training besloot afscheid te nemen, zou diegene met veel opgedane kennis en informatie kunnen vertrekken naar een directe concurrent. De gedachte achter het concurrentiebeding is dat hiermee wordt voorkomen dat zij de opgedane kennis, capaciteiten en informatie overbrengen aan een concurrent en daarmee schade toebrengen aan jouw onderneming.

Wat regel je in een concurrentiebeding?

In het concurrentiebeding kunnen er zeer specifieke afspraken gemaakt worden, afhankelijk van de sector. Zo kunnen er bijvoorbeeld afspraken gemaakt worden over welke werkzaamheden de werknemer mag verrichten bij ontslag, in welke regio er niet gewerkt mag worden, hoelang de afspraken gelden en wat de boete is als de werknemer de afspraken overtreedt.

Aan welke eisen moet een concurrentiebeding voldoen?

Het concurrentiebeding moet aan de vereisten van het Burgerlijk Wetboek voldoen, specifiek gaat het dan om artikel 7:653 BW. Hieronder vallen de volgende regels:

  • Dat er een schriftelijke afspraak tussen werkgever en werknemer is.
  • Dat de werknemer meerderjarig is.
  • Dat er sprake is van een arbeidscontract onbepaalde tijd. Hier bestaat een uitzondering voor, namelijk dat er uit moet blijken dat er een zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen bestaan om zelfs bij arbeidscontracten van bepaalde tijd een concurrentiebeding op te nemen.

Aandachtspunten/tips concurrentiebeding

Bij het opstellen van een concurrentiebeding moet allereerst goed gelet worden op de eisen zoals hierboven beschreven. De eisen van art 7:653 BW zijn namelijk bindend. Verder moet er goed gelet worden op de specifieke bepalingen die worden afgesproken tussen de werkgever en werknemer. Het is niet toegestaan om een onredelijk bezwarende bepaling op te nemen ten opzichte van de wederpartij. Een voorbeeld hiervan is een concurrentiebeding die 20 jaar duurt. Dit kan door de rechter ongeldig worden verklaard op grond van het feit dat het onredelijk bezwarend is. Een veel voorkomend probleem is verder dat het concurrentiebeding te breed wordt geformuleerd. Denk bijvoorbeeld aan het opnoemen van alle mogelijke concurrenten, waardoor het feitelijk onmogelijk wordt om ergens anders te kunnen werken. De rechter zal altijd naar het criterium van ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ aan de kant van de werkgever kijken. Dit is een open norm die vaak afhangt van de aard van het geval en door de rechter wordt ingevuld. Tegelijkertijd staat daar tegenover de term ‘onredelijk bezwarend’. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval maakt de rechter de overweging waarin hij/zij een der partijen in het gelijk stelt.

OvernameAdvies

Het concurrentiebeding wordt opgesteld met de bedoeling om de werkgever te beschermen tegen werknemers die ofwel bij de concurrent, ofwel middels een eigen onderneming de opgedane kennis uitvoeren. Daarom is het belangrijk om, afhankelijk van de eigen sector, om goede en specifieke afspraken te maken met de werkgever. Op basis van bovenstaande alinea’s komt duidelijk naar voren dat er veel eisen zijn waar het concurrentiebeding aan moet voldoen. Het is belangrijk om aan de bindende regels van het Burgerlijk Wetboek te voldoen bij het aangaan van het concurrentiebeding. Hierbij zullen redelijke afspraken gemaakt moeten worden, afhankelijk van omstandigheden van het geval. Indien dit niet wordt gedaan, kan de rechter het concurrentiebeding buiten werking stellen wegens onredelijk bezwarende bepalingen ten opzichte van de wederpartij. Uiteindelijk zal de rechter altijd twee normen tegenover elkaar zetten. Enerzijds het belang van de werknemer met de norm ‘onredelijk bezwarend’, tegenover het belang van de werkgever met de norm ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’. De beste oplossing is om een redelijk concurrentiebeding op te stellen voor beide partijen. Zolang het concurrentiebeding specifiek genoeg is en voldoet aan de eisen van het Burgerlijk wetboek, wordt voorkomen dat er veel problemen ontstaan met de werknemers en met rechtszaken. Tegelijkertijd weet de werknemer wat hij/zij kan verwachten en wordt het mogelijk gehouden om na het dienstverband nog steeds een baan te kunnen vinden in alle redelijkheid. Een win-win voor beide partijen.

 
Weten waar je zelf staat?     Doe de intake