Discounted Cash Flow

HOME/  Kennisbank/  Bedrijfswaarde/  Discounted Cash Flow
Hoi, waarmee
kan ik je helpen?
Onze digitale adviseur is er om je te helpen!

Bereken jouw bedrijfswaarde met de DCF

Of je nu een bedrijf wilt verkopen, een andere bedrijf wilt overnemen of slechts wilt onderzoeken hoe je ervoor staat: Weten wat de bedrijfswaarde van een onderneming is, is op elk moment interessant. De Discounted Cash Flow methode (DCF) is daarvoor één van de meest gebruikte methodieken.

De DCF wordt geprezen om het feit dat er niet alleen naar de historische rendementen van een bedrijf wordt gekeken, maar juist ook naar de toekomstige vrije kasstromen. Hiermee wordt de toekomstige waarde inzichtelijk. En daar is waar het de koper precies omdraait met een aankoop.

Toekomstige cash flow bepaalt de marktwaarde van jouw bedrijf

Een eenvoudige manier om de waarde van een bedrijf te bepalen is op basis van de zogenaamde intrinsieke waarde. Dit is het totaal van alle bezittingen van de onderneming, verminderd met de schulden die er zijn. Het is echter interessanter om te kijken naar de toekomst, in plaats van de huidige waarde. Welke verdiensten is het bedrijf in staat te genereren in de toekomst? Die marktwaarde bereken je met de DCF-methode. Je waardeert hiermee de toekomstige kasstromen en maakt deze contant (omrekenen naar de huidige waarde) door te berekenen welke kosten er gemaakt moeten worden om die kasstromen daadwerkelijk te verdienen.

De redenering hierachter is dat ‘huidig geld’ meer waarde heeft dan ‘toekomstig geld’. Bedenk daarbij of je liever nu op dit moment 200 euro in je zak hebt of dat je die 200 euro pas over een jaar ontvangt, met alle tussenliggende risico’s van dien. Met andere woorden, de toekomstige 200 euro heeft nu op dit moment minder waarde dan de huidige 200 euro in je zak. Hoeveel minder, dat hangt af van verschillende (deels aangenomen) risicofactoren die we op deze pagina verder zullen toelichten.

(Het verschil tussen de marktwaarde (berekend met de DCF) en de intrinsieke waarde wordt overigens de ‘goodwill’ genoemd)

Bedrijfswaarde vaststellen

Om de bedrijfswaarde te berekenen met de Discounted Cash Flow methode gaan we uit van drie elementen (Tijd, Geld en Onzekerheid) die terugkomen in twee variabelen: De verwachte jaarlijkse vrije kasstromen & de kostenvoet (ook wel 'rendementseis') van het geïnvesteerde vermogen.

1. De verwachte jaarlijkse vrije kasstromen

Met de vrije kasstroom worden alle verwachte ingaande en uitgaande kasstromen in een bepaalde periode bedoeld. Het is het totaal dat overblijft of wat een bedrijf aan tekorten heeft nadat alle noodzakelijke investeringen gedaan zijn om de continuïteit te garanderen. De vrije kasstroom geeft met andere woorden het aflossingsvermogen en de marktwaarde van een onderneming weer.

Er zijn verschillende kasstromen die vallen onder te verdelen in operationele kasstromen en niet-operationele kasstromen.

De vrije kasstroom is de operatiole kasstroom die wordt gegenereerd met de operationele vaste activa en het operationele werkkapitaal. Deze kasstroom komt toe aan zowel de verleners van het eigen als het vreemd vreemd vermogen.

In formulevorm kan dat als volgt worden weergegeven:

Bedrijfswinst (EBIT)
- Belastingen over de operationele winst
= NOPLAT
+ Afschrijvingen
+/- Wijzigingen in de operationele voorzieningen
+/- Wijzigingen in latente belasting schulden/vorderingen
- Investeringen in het operationele werkkapitaal
- Investeringen in (im)materiële activa
= Vrije kasstroom ("free cash flow")

2. De kosten van het geïnvesteerde vermogen

Om inzicht te krijgen in de bedrijfswaarde, moeten de toekomstige kasstromen worden afgezet tegen de kosten om deze kasstromen ‘contant’ te maken. Dit doe je door de gemiddelde kosten van het geïnvesteerde vermogen te berekenen. Dit geïnvesteerde vermogen bestaat uit de som van het eigen vermogen en het vreemd vermogen.

De kosten van het vreemd vermogen zijn redelijk eenvoudig te berekenen: dat is de gemiddelde rente die je betaalt over de kort- en langlopende schulden.

De kosten van het eigen vermogen (ook wel de ‘rendementseis’ genoemd) worden berekend aan de hand van de risicoloze rente (‘Rf’), vermeerderd met een risico-opslag voor het investeren (‘Rm’) en een eventuele extra opslag voor het investeren in een kleine onderneming (‘Rs’), de zogenaamde ‘small firm premium’ en een eventuele onderneming specifieke risicofactor (‘Ru’).

De rendementseis ziet er daarmee bijvoorbeeld als volgt uit: 1,5% (risicoloze rente) + 5,5% (historisch rendement aandelen) + 11,79,5% (small firm premium op basis van bijvoorbeeld Duff & Phelps) + 3,21% (specifieke risicofactor voor het bedrijf in kwestie) = 22%. Stel dat een koper van een bedrijf een rendement eist van bijvoorbeeld deze 22%, dan vallen alle bedrijven met een lager rendement (en risicoprofiel!) af in diens zoektocht.

Kosten van het totale vermogen

Wanneer de kosten van het eigen en het vreemd vermogen bekend zijn, moeten deze worden omgerekend naar de kosten van het totale vermogen. Hiertoe bereken je eerst de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Stel dat een bedrijf met 15% vreemd vermogen is gefinancierd, dan reken je de gemiddelde kostenvoet als volgt uit (uitgaande van bovengenoemde rendementseis van 22% en gemiddelde vreemd vermogen kosten van 6%)

(22% *0.85) + (6% * 0.15)/100 = 19.6%

Bereken jouw bedrijfswaarde

Om nu de marktwaarde te bepalen van de toekomstige kasstromen bepaal je de planperiode en deel je de verwachte kasstromen (cash flow) van ieder jaar door de gemiddelde vermogenskostenvoet. Dat ziet er in formulevorm dan als volgt uit:

Stel we gaan uit van een planperiode van 5 jaar en de verwachte vrije kasstroom bedraagt in jaar 1 €40.000, jaar 2 €38.000 en jaar 3 €41.000. Dan delen we per jaar de vrije kasstroom door de hierboven genomen gemiddelde kosten van het vermogen (27.25%) tot de macht 1 voor jaar 1, tot de macht 2 voor jaar 2 etc en vervolgens tellen we de uitkomsten voor ieder jaar van de planperiode bij elkaar op. De waarde van deze shop komt op basis van de DCF-methodiek dus uit op +/- €205.000.

Let op: De berekende bedrijfswaarde is inclusief alle (operationele) activa die worden ingezet om deze resultaten te boeken. De waarde van de voorraad bijvoorbeeld is dus inclusief en wordt er niet apart nog bovenop geteld. Vastgoed kan gezien worden als niet-operationeel (indien er alternatieve gebruiksmogelijkheden zijn) en kan dan wel apart worden gewaardeerd en aan de berekende waarde worden toegevoegd (let op dat je wel een reeele huur toevoegt als kostenpost wanneer de operationele waarde van de onderneming  wordt berekend!). Overtollige liquiditeit mag boven op de bedrijfswaarde worden geteld. Leningen trek je uiteraard nog van de waarde af.

Tools:

Waarderings App